Geschiedenis van de Jordaan te Amsterdam


Lindengracht

Lindengracht in de 19e eeuw.


De Jordaan kwam tot stand tijdens de grote uitbreiding van Amsterdam in het begin van de 17e eeuw. Het was een een buurt voor de arbeiders en emigranten. De toename van de bevolking in de loop van de volgende eeuwen was enorm, veroorzaakt door de stroom politieke vluchtelingen als Protestantse Vlamingen, Spaanse en Portugese Joden en Franse Hugenoten die zich vooral vestigden in de Jordaan. Het was een arme wijk met alkoofwoningen en sloppenwijken, elke kleine kamer werd gevuld met gezinnen en veel kinderen. Het hele gebied was een ghetto met open riolen, kanalen dienden voor zowel transport als riolering, en er was geen stromend water. Rond 1900 leefden er ongeveer 80.000 mensen, nu ongeveer 20.000.

De beroemde 17e eeuwse Nederlandse schrijver Joost van den Vondel en fotograaf Breitner leefden in de Jordaan. Ook de schilder Rembrandt van Rijn kwam in zijn mindere succesvolle periode naar de Jordaan vanwege de lage huurprijzen. Het huis van Rembrandt was op de Rozengracht (toen nog een echte gracht). Zijn atelier was op de Bloemgracht. De beroemde kunstschilder werd begraven in een armeluisgraf in de Westerkerk.

Veel mensen denken dat de Westerkerk op de Westermarkt de belangrijkste kerk van de Jordaan is. Het is waar dat je het carillon kunt horen en de mooie Westertoren overal in de buurt kunt zien, maar de kerk ligt buiten de Jordaan aan de Westermarkt in de Grachtengordel. Dus de belangrijkste kerk van de Jordaan is de Noorderkerk. De Noorderkerk werd gebouwd in het noordelijke deel in 1620-1623 door Hendrick de Keyser en zijn zoon Pieter. De kerk is nog steeds in gebruik als een protestantse kerk, en net als de Westerkerk open voor iedereen, in het bijzonder tijdens de concerten.

Sinds de zestiger jaren verandert de Jordaan drastisch. Eind 1960 wil de gemeente Amsterdam de Jordaan helemaal platgooien en volbouwen met nieuwbouw. Dit wordt met veel moeite tegengehouden en vanaf 1972 zijn dan ook de Jordaanse karakteristieke straatjes behouden.

De Jordanezen vertrokken eind zeventiger jaren massaal naar hun droomwoningen in Almere en Purmerend. Voor hen in de plaats kwamen in de zestiger- en zeventiger jaren studenten, artiesten en kunstenaars, vervolgens kwamen in de tachtiger jaren vanuit het hele land krakers, die moesten wijken voor yuppies en mensen met geld. Die mensen met geld, vaak de hippies of krakers van weleer, verbouwden de oude krotwoningen tot luxe appartementen. Stallen en werkplaatsen werden verbouwd tot ateliers.

Eind 70-er jaren koos Amsterdam voor een koersverandering. In het college van 1978 zou Jan Schaefer de woningbouw weer op gang brengen en Michael van der Vlis zou er de terreinen voor leveren.

In de tachtiger jaren waren er architecten die de gaten in de Jordaan opvulden met moderne panden. Het betrof vaak lelijke betonblokken. Met behulp van monumentenzorg wordt nu iets voorzichtiger omgesprongen met het typische karakter van de Jordaan.

De nieuwbouw is wel van meer gemakken voorzien dan de oorspronkelijke oudbouw. Toen was het in de Jordaan nog gebruikelijk dat men op de gemeenschappelijke gang naar de WC ging. De wekelijkse douche nam men in het Marnixbad, of in de buitenlucht waar men van gemeenschappelijke gootstenen gebruikmaakte.